Een te warm gebouw vraagt niet automatisch om een nieuwe koelinstallatie. In bestaande gebouwen is vaak al veel te verbeteren met de aanwezige techniek.
“Controleer eerst de zonwering, ventilatie en nachtkoeling”, legt Giel uit. “Tijdens koelere nachten kun je buitenlucht gebruiken om warmte af te voeren. Kijk daarbij ook naar kleppen, sensoren en instellingen. Als die niet goed werken, benut je de koelte nauwelijks.”
Ook de aansturing verdient aandacht. Veel systemen starten en stoppen elke dag op dezelfde tijd, terwijl de buitentemperatuur en het aantal aanwezige mensen voortdurend veranderen. “Controleer de kloktijden, temperatuurgrenzen en sensoren”, zegt Giel. “Kijk ook of installaties elkaar niet tegenwerken, bijvoorbeeld doordat er tegelijk wordt verwarmd en gekoeld.”
GACS, het systeem dat gebouwinstallaties meet en aanstuurt, kan daarbij helpen. Het verzamelt gegevens over temperatuur, bezetting en energiegebruik.
“Stel het systeem zo in dat ventilatie en koeling harder, zachter, eerder of later gaan draaien op basis van die gegevens. Meten heeft weinig zin als de installatie daarna iedere dag hetzelfde blijft doen”, vertelt Giel.